‘Jeugdzorg op z’n gat’

’Bij openbare aanbesteding ligt de jeugdzorg in een mum van tijd op z’n gat,’ zegt Jos Baecke, projectleider van het onderzoeksteam dat een analyse maakte van de huidige en toekomstige verhoudingen in de sector.

De marktanalyse is gemaakt door adviesbureau BMC, in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Dit aan de vooravond van een omvangrijke stelselwijziging in de jeugdzorg. Centraal in het rapport staat de vraag of nieuwe marktverhoudingen tot ongewenste situaties kunnen leiden en zo ja, welke. Verder doet het rapport aanbevelingen over sturing, bekostiging, schaal en samenwerking.

De analisten bestempelen de huidige kennis en kunde van gemeenten als inkoper en opdrachtgever als een risico voor het welslagen van de stelselwijziging. Projectleider Baecke wijst op de uitglijders die eerder zijn gemaakt bij het aanbesteden van de thuiszorg: ’Ging het daar nog om relatief eenvoudige hulpverlening, aan de jeugdzorg zitten veel ingewikkelder kanten. Het gaat niet om potloden die je inkoopt. Er zijn gemeenten die denken dat bijna alles te ondervangen is met voldoende gezinscoaches. Dat is een onderschatting van deze omvangrijke transitie.’

Jeugdzorg naar gemeenten 

Het kabinet hevelt de verantwoordelijkheid voor alle vormen van jeugdzorg over naar gemeenten, evenals de complete financieringsstroom voor provinciale jeugdzorg, jeugd-GGZ, de zorg voor jonge licht verstandelijk gehandicapten en de gesloten jeugdzorg. In totaal gaat er 3 miljard euro in om. Dat geld gaat naar gemeenten, minus een efficiencykorting van 10 procent, 300 miljoen euro dus. De gedachte is dat gemeenten door ontschotting goedkoper en doelmatiger kunnen werken. Ze kunnen de jeugdzorg koppelen aan taken in het kader van de Wmo en de Wet publieke gezondheid.

 Gemeenten mogen, binnen een beperkt aantal randvoorwaarden, zelf weten bij welke zorgaanbieders ze zorg inkopen. De jeugdreclassering en de jeugdbescherming gaan ook over, maar vanwege het specifieke karakter moeten gemeenten dit op bovenlokale schaal organiseren, net zoals het Advies- en Meldpunt Kinderbescherming. De Centra Jeugd en Gezin worden de toegangspoort tot de jeugdzorg en dienen lokaal als front office voor alle jeugdzorg. Hoe de gemeenten de CJG’s inrichten mogen ze zelf bepalen. De decentralisatie moet de toegankelijkheid van de zorg verbeteren en het beroep op specialistische (dure) zorg inperken.

De staatssecretarissen Teeven (Veiligheid & Justitie) en Veldhuijzen van Zanten-Hyllner (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) komen begin 2012 met een zogenoemde ‘transitiebrief’, waarin verloop en tempo van de stelselwijziging uit de doeken wordt gedaan. Het BMC-rapport vormt naar verwachting een van de bouwstenen voor de conceptwet. De betrokken organisaties binnen de jeugdzorg zijn over het algemeen inhoudelijk voorstander van de stelselwijziging, maar vrezen tegelijk dat de tucht van de markt de kwaliteit en continuïteit van zorg niet ten goede komt. Hun standpunten met betrekking tot marktwerking krijgen in veel opzichten bijval van de opstellers van het BMC-rapport.  

(bron: Binnenlands Bestuur http://tinyurl.com/bu2nv43 )

 

Dit bericht werd geplaatst in Nieuws, Politiek debat en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s